Wijnen

  1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. 4
  5. 5
  1. 1
  2. 2
  3. 3
  4. 4
  5. 5

Er zijn verschillende soorten wijnen: Wit, Rosé, Rood en Mousserende wijnen. Wijn is een alcoholische drank die ontstaat door het vergisten van het sap van druiven.

Witte wijn wordt gemaakt uit het sap van druiven. De most is dus vrij van schillen, steeltjes en pitten. Omdat druivensap weinig tot geen kleurstof bevat zal de wijn nagenoeg blank zijn. Witte wijn kan derhalve ook van blauwe druiven gemaakt worden. Witte wijn gemaakt van witte druiven wordt in Frankrijk ook wel blanc de blancs genoemd. De werkelijke kleur van de wijn wordt bepaald door het gebruikte druivenras. Ook leeftijd speelt een rol. Een jonge wijn kan een groene zweem vertonen. Bij veroudering van de wijn zal de kleur ook veranderen. Variaties van nagenoeg blank naar lichtgeel tot groen, donkergeel, oranje en bruin worden als “witte wijn” aangemerkt.

Er zijn vele verschillende soorten witte wijn. De smaak wordt vaak aangegeven als droog of zoet.

Een droge wijn is wijn met heel weinig restsuiker. Een typische droge wijn is bijvoorbeeld Franse Muscadet.

Een halfdroge wijn heeft nog wel enig restsuiker. Wat door veel mensen bij droge wijn als ‘zuur’ word ervaren is het vaak bij halfdroge wijn verzacht, dat komt dus door het kleine aantal restsuiker.

Zoete wijn heeft wel restsuiker vandaar de zoette smaak. Vaak wordt zoette wijn gedronken als dessertwijn maar zoette wijn is ook perfect te combineren met lichtere maaltijden. Deze smaakervaring van witte wijnen geld niet alleen voor witte wijn. De smaakervaringen kunnen ook bij rode en rosé wijn voorkomen.


Rosé wijn staat bekend om haar heerlijke fruitige smaak. Het wordt gemaakt door een samenstelling van verschillende druiven, blauwe en witte druiven. Om de prachtige kleur te krijgen worden de blauwe en witte druiven gemengd.

De rosé krijgt haar kleur doordat de schillen van de blauwe druiven minder lang bij het sap blijven dan de bij de bereiding van rode wijn. Het sap en kleurstoffen van de druiven wordt tijdens de traditionele vinificatie gekneusd. Op dat moment beginnen de schillen de smaak- en kleurstoffen af te geven. Zodra de wijnproducent tevreden is over de tint van de rosé, worden de druiven uiterst voorzichtig geperst en schillen en sap gescheiden. Hierna volgt de vergisting. Dat kracht van de smaak hangt samen met de kleur. Hoe langer de schillen en het sap contact hebben, des te donkerder wordt de kleur en des te krachtiger de smaak van de rosé

Omdat er maar een beperkte hoeveelheid tannine in rosé wordt verwerkt, is de rosé zo lekker fris en licht, maar toch kan het met een zekere stevigheid gedronken worden.


Rode wijn staat bekend om zijn kruidige en krachtige smaak. Om rode wijn te verkrijgen wordt gedurende een bepaalde periode (tegenwoordig tot twee weken) met de druivenschillen vergist. De kleurstoffen in de schil geven de wijn een rode kleur mee. De rode tint van wijn wordt bepaald door onder andere het gebruikte druivenras. De kleur en tint kan gedurende de lager tijd veranderen. Jonge rode wijn is vaak paarsig van kleur. Oude wijnen neigen wel eens naar oranje. Zoveel wijnen, zoveel roodtinten zijn er.

De meeste rode wijnen zijn “stille wijnen”. Dit zijn wijnen die geheel zijn uit gegist en tot rust gekomen. Omdat elke type druif in verschillende wijnstreken anders rijpt zullen er evenzoveel verschillende smaken ontstaan. De meeste rode wijnen zijn “droog” van smaak. Dat wil zeggen dat tijdens de gisting nagenoeg alle suiker in de druif is vergist. Er zit nog maar weinig suiker in de wijn.

Rode wijnen kunnen ook zoet zijn. Dan zit er zoveel suiker in de druiven dat deze niet allemaal tijdens de gisting kan worden omgezet. De achterblijvende suiker maakt de wijn zoeter. Omdat tijdens de gisting van de most de suiker niet alleen wordt omgezet in alcohol maar ook in koolzuur, is het ook mogelijk een rode wijn mousserend te maken.